Voedselverspilling in de voedingssector

In de Europese Gemeenschap zou naar schatting jaarlijks 89 miljoen ton voedsel worden verspild. 180 kg per inwoner, dus. Dit verlies kost de gemeenschap 143 miljard euro!

In ons land raamde Vlaanderen het verlies aan voedingsproducten op 907 000 ton in 2015. In Brussel belandt jaarlijks 25 000 ton voeding in het afval.

Bij elke stap van de productie- en bevoorradingsketen stellen we verlies vast: oogst, verpakking en verwerking, distributie (in de breedste zin) en ten slotte bij de eindverbruiker. Het fenomeen heeft zware financiële gevolgen en een impact op het milieu. Precies daarom wordt de bestrijding van voedselverlies één van de grotere uitdagingen voor de bedrijfswereld.

Is dit thema van toepassing voor u? Neem dan deel aan onze enquête !

7 tips van FEVIA om voedselverspilling te verminderen

  1. Meten is weten
    • Hou statistieken bij van het voedselverlies, maak het onderscheid met nevenstromen.
    • Durf de cijfers en meer bepaald de “aanvaardbare verliezen” in vraag stellen.
  2. Geef preventie van voedselverlies een plaats in de bedrijfscultuur
    • Communiceer met en sensibiliseer het personeel.
    • Leg de nadruk op preventie.
    • Maak het personeel bewust van de waarde van voedingsproducten, zowel qua economische waarde als qua nodige ressources en inspanningen die verbruikt zijn/geleverd zijn om het product te bekomen.
    • Organiseer regelmatig infosessies voor het personel (onmiddellijk melden van problemen, hoe producten doseren, enz.).
    • Werk met grafieken die de voedselverliezen aangeven.
    • Informeer over de behaalde rendementen.
    • Maak duidelijke werkfiche (hoe optimaal zakken ledigen, enz.).
    • Duid iemand/een groep aan die zijn/hun schouders onder het thema zet.
  3. Valoriseer de neven- en reststromen zo goed mogelijk, waarbij menselijke voeding, respectievelijk dierlijke voeding de voorkeur krijgen.
    Met andere woorden, pas het cascadeprincipe toe in zoverre dit niet conflicteert met voedselveiligheidsprincipes. Sorteer de neven- en reststromen om het cascadeprincipe optimaal te kunnen toepassen. autant que possible les flux connexes et les flux résiduels, pour lesquels l’alimentation humaine et l’alimentation animale restent prioritaires.
    Wat betreft de trap menselijke voeding:

    • Als de kwaliteit van een grondstof niet voldoet kan die naar een andere toepassing gaan (bvb: verwerking van aardappelen in een ander product zoals puree).
    • Bekijk of een samenwerking met de voedselbanken, sociale kruideniers,… mogelijk is.
    • Zoek naar markten voor sub-standaard producten.
  4. Hou het machinepark/de productie up to date.
    • Preventief nazicht en controle van de machines voorkomt voedselverliezen.
    • Optimaliseer het machinepark, de processen, procedures en verpakkingsspecificaties, zoek naar quick wins.
    • Voer oplossingen in voor stops van de productie.
  5. Doe aan stock beheer.
    • Hanteer het FIFO principe (First in First out).
  6. Overleg met de afnemers.
    • Leer hen omgaan met de producten om zo het verlies verder op in de keten te beperken.
    • Werk samen aan betere voorspellingen van de afname van een product.
  7. Overleg met leveranciers en optimaliseer de leveringswijze.
    • Kunnen de producten in bulk geleverd worden?
    • Kan de kwaliteit nog meer gegarandeerd worden/beschadiging voorkomen worden door vb. de verpakking aan te passen?

Meer informatie ? Lees het brochure van FEVIA.

Dit artikel wordt u aangeboden door Laurie Verheyen, green@beci.be.

Ook u kunt bijdragen tot de inhoud van onze website en een plaats verwerven als referentie voor onze bezoekers. Deel uw expertise, uw verfrissende ideeën en uw visie met ons. Wij zullen uw tekst publiceren indien hij beantwoordt aan de behoeften van de Brusselse ondernemingen en als u hem zowel in het Nederlands als in het Frans aanlevert.

In medewerking met:

In medewerking met: